Kinderen van Alef Beckenbrock

Rond 1670 overleed Henricus Kloppenborg, licenciaat in rechten. Zijn weduwe had waarschijnlijk geld nodig en eiste een deel van het markenrecht. Dit zou haar een deel van de opbrengst van de weiderechten en de houtkap geven. Ze baseerde zich op een document uit 1536, waarbij voorouder Alef Kloppenborg en zijn nakomelingen onbeperkt recht op houtkappen hadden. Om te bewijzen dat ze een nakomeling was, werd een stamboom van 4 generaties meegegeven:

Bijlage bij de claim met de stamboom van de eerste 4 generaties

Alef’s zonen Jan (Joannes) en Gert zijn hierin genoemd. Alle dochters missen, en waarschijnlijk ook de zonen zonder nageslacht in 1670, en de zonen die naar andere oorden vertrokken zijn. 

Joannes is de voorvader van de katholieke Kloppenborg tak uit Freren, en mijn voorouder. Gerts achterkleinkinderen worden protestant en vormen de patriciërs tak, met veel rechters en predikanten.  Mogelijke andere kinderen zijn een zoon Herman, een keer genoemd als in de rechtspraak van het gogerecht Freren. Hij verhuisde mogelijk naar Jever, waar hij landrechter werd. Waarschijnlijk is ook Willem Kloppenborg, geboren in 1533 en schrijver van de rentmeester van Lingen, een zoon.

voorouder Joannes Kloppenborg

Katholieken zijn verdacht. Er volgden ondervragingen. In 1602 wordt Adolph Cloppenborg uit Freren wegens landverrad gearresteerd en meerdere jaren gevangen gehouden, ondanks dat de gereformeerde prediker verklaarde dat Adolph zijn kinderen protestants had laten dopen. Het is onduidelijk of Adolph de zoon van Joannes of van zijn broer Gert was.

Joannes wordt in 1603 ondervraagd, waarbij hij verklaart dat zijn zalige vader bij tijden van Grave Claß, Grave Cort, des Graven van Buren, der Gravinne van Egmont zijn dochter des Keizers Caroli quinti en des Konings van Spanien is Richter gewezen to Lingen en op het einde als Holtrichter is gestorven.

1605: Spaanse herovering

In augustus 1605 kwam de Spaanse veldheer Spinola aan bij Lingen, na eerst Oldenzaal ingenomen te hebben. Tien dagen belegerde hij de stad, en reeds was het ontzet op handen, toen Maerten Kobben, de gouverneur, mede door de burgerij daartoe gedwongen, de stad aan de Spanjaarden overgaf.

Spinola bracht de kerken weer onder het roomse  gezag en herstelde de toestand van vóór 1597. De predikanten moesten het land ruimen; de priesters, indien zij niet heimelijk gebleven waren, mochten terugkeren, zich openlijk vertonen, en de Roomsche godsdienst kwam weer tot volle glorie.

Spinola veranderde de stad in een vesting. Tientallen jaren zijn er tot 2000 man ingekwartierd in de stad Lingen, die normaal 1200 inwoners had. 

Van 1605 tot 1633 was Lingen Spaans gebied. De Spaanse stadhouder van Overijssel, Frederik van den Berg, bestuurde het graafschap. Ook Freren bleef katholiek onder Spaans gezag tot het jaar 1633.

Het waren geen gelukkige tijden:

In 1605 brak de pest uit. De halve bevolking van het graafschap Lingen sterft, en er zijn veel doden in Freren in december. 

In 1607 ontplofte het munitiedepot in Lingen, met honderden doden in de stad tot gevolg. In 1609 stonden door de pest in de stad Lingen 40 van de 102 huizen leeg.

Van 1609 tot 1621 was het Graafschap verhoudingsgewijs rustig maar straatarm. De Spanjaarden en de Nederlanden hadden een twaalfjarig bestand. De Spanjaarden leefden zoals in die tijd gewoon was van het land. De boeren waren zo arm dat ze hun belastingen niet konden afdragen. 

Vanaf 1622 trokken de protestantse troepen weer opnieuw door het graafschap, alles op hun weg vernietigend. Al het vee werd afgeslacht. 

Spanje kon in 1626 niet meer aan zijn betalingsverplichtingen voldoen en raakte bankroet. In 1627 tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) ontruimden de Spanjaarden het gebied. De strijd verplaatste zich naar het zuiden, en Lingen verloor zijn strategisch belang. Roof en plundering bleven echter doorgaan.

De Spaanse regering accepteerde in 1632 de neutraliteit van Lingen. De verdedigingswerken werden in enkele maanden gesloopt. 

Begin 1633 ging het graafschap Lingen van Spanje over in het bezit van prins Frederik Hendrik van Oranje. De rest van de Dertigjarige Oorlog bleef Lingen bespaard. Het graafschap was echter volledig verpauperd. Het meeste vee was dood en de velden troosteloos. De gedecimeerde bevolking leed honger. De pacht werd nergens betaald. Rondtrekkende bendes maakten de omgeving onzeker.

Joannes sterft op 5 april 1623 en wordt op 6 april 1623 in Lingen begraven. Zijn vrouw Anna wordt voor het eerst genoemd in 1573 en als laatste in 1602. In het Hange document zijn twee zonen vermeld: houtvester Boldewin en Alef.

Gert Kloppenborg

Herman Kloppenborg

Willem Kloppenborg

Scroll naar boven