Geacht familielid.

In de hongerwinter van 1944-45 heb ik geprobeerd bij het flikkerlicht van een oliepitje deze schetsen van onze voorouders op schrift te zetten. Het doel is de herinnering in ere te houden van die mannen en vrouwen, waaraan wij het ontstaan te danken hebben.
Die meent een letterkundig werk te lezen, vergist zich, want die pretentie reikt te hoog. De kern van het verhaal is waar, maar ik ben zo vrij geweest er een brede franje aan toe te voegen.
Mocht een van de lezers menen, dat ik me hier of daar heb vergist, dan houd ik me graag aanbevolen deze vergissing te mogen herstellen.
Mocht iemand zin hebben, het boek over te schrijven, -dat mag gerust- maar dan graag in zijn geheel, dus geen stukken of brokken eruit.
En nu hoop ik dat velen van onze grote familie plezier mogen hebben, als ze zich door het lezen van dit boekje, verplaatst mogen zien in de levensomstandigheden en de tijd van onze voorvaderen.
Winschoten, 1 Februari 1948
B Kloppenborg
