1518: De inname van Lingen door de bisschop van Münster
Graaf Nikolaus IV organiseerde sinds 1516 strooptochten, landroof, brandstichting en andere misdaden zowel in Lingen als in Emsland, waarover van alle kanten, vooral van de heren uit het Prinsbisdom Münster, en hun onderdanen, klachten binnenkwamen. Inwoners beschuldigden graaf Nikolaus ook van diefstal. Ook dwong hij de inwoners van het dorp Schepsdorf aan zijn vesting te werken, in plaats van herendiensten voor hun eigen heren te verrichten.
Nadat bisschop Erich van Münster al in 1516 tevergeefs schriftelijk bezwaar had gemaakt tegen graaf Nikolaus, liet hij in 1518 de burcht Lingen met een list tijdens de mis innemen. Hij bezette de stad met een garnizoen met alle benodigde voorraden, en versterkte de stadsmuren.
In het jaar 1519 informeerde graaf Nicolaas IV de keurvorsten en een aantal andere vorsten over het onrecht dat hem was aangedaan door de bisschop van Münster, hertog Erich van Saksen-Lauenburg:
“Op een winterdag in het jaar 1518, het was 6 november, naderde een man die vrijgeleide genoot als boodschapper van de bisschop, de stad Lingen. Hij reisde met een kar waarin gewapende mannen verborgen waren. Bij de poort vroeg de boodschapper om toegang, en deze werd hem verleend omdat niemand argwaan koesterde. Op dat moment sprongen de gewapende mannen van de wagen en grepen de poortwachter. Kort daarna verscheen de bisschop in gezelschap van zijn broer Bernd, de domproost van Keulen, met gewapende mannen en liet de stad bezetten. Graaf Nicolaas kon nog net naakt en met onbedekt hoofd via het water van de slotgracht ontsnappen en zo een hernieuwde gevangenneming ontlopen.”
Graaf Nicolaas begaf zich naar hertog Johan van Kleef-Jülich-Berg, in slot Hambach, bij Neustadt, ongeveer 360 kilometer zuidelijk van Lingen.
Bisschop Erich moest al snel inzien dat zijn verovering van Lingen noch in zijn eigen land, noch bij de naburige vorsten op begrip stuitte. Hertog Johann oefende met succes zijn invloed uit op de Landstände. (vertegenwoordigers van de standen, dus geestelijkheid, adel en burgerij of steden) van het bisdom Münster. De Landstände eisten vervolgens in april 1519 dat de bisschop met hen zou onderhandelen. Toen de bisschop geen actie ondernam, namen ze zelf het initiatief. Hun afgevaardigden kwamen bijeen op Schloss Burg met de adviseurs van de hertog, en zonder deelname van hun landsheer, de bisschop, kwamen ze overeen Lingen terug te geven aan graaf Nikolaus IV. Dit besluit kon bisschop Erich niet negeren. Na een jaar van bezetting moest hij op 16 november 1519 Lingen verlaten.
Alef Kloppenborg treedt in dienst bij graaf Nikolaus IV ongeveer gelijktijdig met diens terugkeer van naar Lingen. Mogelijk was Alef naar Lingen gekomen in dienst van de bisschop van Münster, en veranderde hij nu van partij. Zelf zwijgt Alef over de periode voordat hij voor de graaf ging werken, en noemt de graaf als zijn eerste werkgever
