Strijd tussen keizer Karel V en Hertog van Gelre
Het verdrag van 1528 tussen Hertog Karel van Gelre en keizer Karel V hield niet lang stand. Hertog Karel van Gelre verbrak het in 1534 toen hij koning Frans I van Frankrijk als zijn opvolger aanwees. Dit lekte geleidelijk uit rond 1536. Karel V zag dit als verraad en hervatte de militaire en diplomatieke druk.
Karel van Gelre verbond zich met Christiaan III van Denemarken en Balthasar van Esens, beiden vijanden van zijn vijanden. Christiaan III van Denemarken was partij in de zogenaamde Gravenvete, een oorlog om het koningschap tegen graaf Christoffel van Oldenburg. Balthasar van Esens streed tegen de Habsburg georiënteerde graaf Enno II van Oost-Friesland. Graaf Nicolaas IV van Lingen sloot zich aan bij zijn familie in Oldenburg en Keizer Karel V.
1536 Alef op missie
Graaf Anton I van Oldenburg, de broer van graaf Christoffel van Oldenburg, had 2000 goed uitgeruste Oostenrijkse soldaten gehuurd, die hij, tegen betaling, aan Georg Schenck van Toutenburg voor Karel V ter beschikking wilde stellen. Hij vroeg zijn neef graaf Nikolaus van Tecklenburg om het te regelen. Deze stuurde zijn bastaardzoon Johan en Alef Kloppenborg. Doordat er uiteindelijk betalingsproblemen waren, zijn er verschillende verslagen.
Alef schreef dit (vertaald uit Duits):
Bericht van de Gogreve en rechter van Lingen, Aloff Kloppenborg. In het jaar 1536, na Pasen (28 maart), heeft graaf Anton van Oldenburg aan zijn neef graaf Nikolaus van Tecklenburg een volmacht gestuurd om twee van zijn ambtenaren naar Jürgen Schenck von Tautenburg te sturen. De graaf van Tecklenburg gaf zijn bastaardzoon Johann van Tecklenburg en de rechter Kloppenborg de opdracht, waarbij Kloppenborg de leiding van de zaak op zich nam, en zij deelden Schenck von Tautenburg in Zwolle mee dat graaf Anton vier vendels landsknechten, in totaal 2000 man, in Oldenburg klaar voor de strijd had. Schenck von Tautenburg kon alleen niet beslissen over de aanname van dit aanbod en stuurde de gezanten naar Floris van Egmont, graaf van Büren. Deze greep snel in, stuurde Kloppenborg haastig naar graaf Anton en liet hem verzoeken de manschappen naar Damm (Appingedam) te laten marcheren. De vier vendels trokken onder bevel van kolonel Jürgen van Ravensborg naar Damm en slaagden erin deze vesting in te nemen.
Vervolgens bracht graaf Anton haastig nog een vendel bijeen en stuurde het naar Coevorden. Dit was een groot nadeel voor de hertog van Gelre, die hierdoor een grote vijand van graaf Anton werd. Kloppenborg heeft dit verslag op verzoek van graaf Anton opgesteld.
Origineel: OLA. Old. Landessachen. Het zegel ontbreekt. Afschrift in het Staatsarchief te Hannover, Cal. Br. Arch. 21, B XIV 36 nr. 4. Een gelijk verslag van Johann van Tecklenburg van 12 augustus 1537 ligt ook bij OLA en in het Staatsarchief te Hannover aldaar.
De bovengenoemde strijd om Appingedam in 1536 was de veldslag bij Heiligerlee tussen de Geldersen onder leiding van Meindert van Ham en de Bourgondiërs onder leiding van Schenck van Toutenburg, waarin de laatsten de overwinning behaalden. Hierna moest Karel van Gelre de Vrede van Grave tekenen, waarbij hij afstand deed van de Groningse gebieden en Drenthe (deze werden omgevormd tot de Heerlijkheid Groningen en de Landschap Drenthe). Enkel Gelre zelf was nog in handen van de Geldersen. Keizer Karel V veroverde dit gebied in 1543. Hierdoor kwamen alle Nederlanden onder één centraal gezag, dat van Karel V.
Bondgenoot Graaf Christoffel van Oldenburg verloor de strijd om Denemarken. Alle katholieke bisschoppen verloren hun landerijen en bezittingen. Christian III werd koning en het koninkrijk Denemarken en Noorwegen werd officieel een lutherse staat.
->->-> Alef wordt gevangen genomen
