De vermoedelijke vader van Alef (Adolf) Beckebrock genannt Kloppenborg

De oorsprong van de familie Beckebrock

De afstamming van Alef (Adolf) Beckebrock genannt Kloppenborg vóór het begin van de zestiende eeuw is niet met zekerheid vast te stellen. Voor deze periode ontbreken doop-, trouw- en begraafregisters, zodat de genealogische reconstructie voornamelijk berust op oorkonden, goederenregisters en latere juridische documenten.

Verschillende bronnen wijzen erop dat de familie haar oorsprong had in het Ambt Cloppenburg, meer in het bijzonder in de omgeving van Essen en Bartmannsholte. Daarbij neemt het goed Beckebrock een centrale plaats in.

Het goed Beckebrock te Bartmannsholte

De oudste bekende vermelding van het goed Beckebrock dateert uit 1473. In dat jaar wordt Werneke Beckebrock als eigenaar genoemd. Gezien de chronologie is het aannemelijk dat hij tot de generatie behoorde waaruit Alef Beckebrock is voortgekomen.

Of Werneke de vader, oom of grootvader van Alef was, kan op grond van de huidige bronnen echter niet met zekerheid worden vastgesteld.

Het goed Beckebrock was gelegen in Bartmannsholte, ten noorden van Quakenbrück, binnen de parochie Essen (Oldenburg). De ligging sluit goed aan bij latere aanwijzingen over de herkomst van de familie.

De Beckebrocks als Vollerben

Uit de beschikbare bronnen blijkt dat het goed Beckebrock een Vollerbe was. Binnen het landbouw- en markestelsel van het Münsterland en het Oldenburgse betekende dit dat het ging om een volledig erf met de daarbij behorende rechten en verplichtingen.

De bezitters van dergelijke erven namen vaak een vooraanstaande plaats in binnen de marke en traden regelmatig op als getuigen, scheidslieden of vertegenwoordigers van de landsheer. Hoewel een rechtstreeks verband niet kan worden aangetoond, vormt deze maatschappelijke achtergrond een aannemelijke verklaring voor de bestuurlijke loopbaan die Alef later in het graafschap Lingen zou volgen.

De familie Beckebrock

Van Alef is ten minste één broer bekend: Gert Beckebrock genannt Kloppenborg. In 1527 verkocht hij het vrije goed Schlichthorst aan Alef.

Het gebruik van de dubbele naam Beckebrock genannt Kloppenborg door beide broers maakt duidelijk dat deze naamvoering reeds vóór 1527 binnen de familie bestond. Wanneer en onder welke omstandigheden de toevoeging genannt Kloppenborg is ontstaan, is vooralsnog niet met zekerheid vast te stellen.

De naam Beckebrock verwijst vermoedelijk naar een erf dat was gelegen aan een beek of broekgebied, een landschapstype dat kenmerkend is voor de omgeving van Essen.

De overgang naar Lingen

Omstreeks de tweede helft van 1519 trad Alef Beckebrock in dienst van graaf Nicolaas IV van Tecklenburg in Lingen.

Zijn benoeming tot gograf en houtvester veronderstelt dat hij over bestuurlijke ervaring, voldoende opleiding en een zekere maatschappelijke status beschikte. De beschikbare bronnen maken echter niet duidelijk waar hij deze kennis en ervaring heeft opgedaan.

Dat Alef afkomstig was uit een familie die reeds een zekere positie innam binnen het Ambt Cloppenburg, vormt daarom een aannemelijke, maar nog niet bewezen verklaring.

De genealogische reconstructie

Het zogenoemde Hange-document uit de zeventiende eeuw noemt de familie afkomstig uit het Ambt Cloppenburg. In combinatie met de vijftiende- en zestiende-eeuwse vermeldingen van het goed Beckebrock te Bartmannsholte ontstaat een samenhangend beeld van de vermoedelijke oorsprong van de familie.

Hoewel een sluitend bewijs voor de identiteit van Alefs vader ontbreekt, wijzen de beschikbare aanwijzingen erop dat Alef afkomstig was uit de familie Beckebrock van Bartmannsholte, waarvan de bezitters tot de vooraanstaande boerenstand (Vollerben) behoorden. Verdere archivalische vondsten zullen moeten uitwijzen of deze reconstructie in de toekomst kan worden bevestigd.

Scroll naar boven