Amalia Holt (1682–1756)

Een genealogische puzzel

Amalia Holt trouwde in 1705 in Freren1 met voorvader Herman Johan Kloppenborg. Wie was Amalia Holt? Door verschillende bronnen naast elkaar te leggen, ontstaat stap voor stap een verrassend helder beeld. Het verhaal van Amalia is dat van een jong weesmeisje uit een bestuurlijke elite, verbonden met rentmeesters, voogden en adellijke netwerken rond Bentheim en Oldenzaal.

Eerste aanwijzing: een erfenis en een huwelijk

De zoektocht begint met een document uit Bentheim. In een erfeniszaak2 worden Adolph Friedrich Holt en Herrn Joann Kloppenborg als echtgenoot van Amelie Holt gezamenlijk genoemd als erfgenamen van Johann Holt(z), met een vordering van 150 Reichstaler (Bur.C‑191). Deze vermelding legt een cruciaal verband met een broer of een neef.

Een tweede bron is het huwelijksregister van Lingen. Hierin wordt op 22 oktober 1705 het huwelijk ingeschreven tussen Harmen Joan Cloppenborg, jongeman uit Freren, en Amelia Wilhelmina Holt, jongedochter uit Oldenzaal. Daarmee is ook haar herkomst vastgelegd.

Tweede stap: een Holt‑gezin in Oldenzaal

De vermelding “uit Oldenzaal” leidt naar een belangrijk document: het burgerboek van Oldenzaal. Daarin staat dat Herman Holt op 30 mei 1685 het burgerschap van de stad kocht, niet alleen voor zichzelf maar ook voor zijn kinderen. Hij was dus van elders gekomen en vestigde zich bewust met zijn gezin in de stad.

Kort daarna volgt een ingrijpende gebeurtenis: in december 1685 worden de kinderen van wijlen Herman Holt en Sophia Becker als wees genoemd. Hun voogd is oom Lambert Becker3, de broer van hun moeder.  

Derde aanwijzing: namen zeggen veel

De familiebanden worden nog duidelijker via de doopregisters. Adolf Friedrich Holt, die we al kennen uit de erfenisakte, trouwde in 1705 in Oldenzaal. Zijn eerste kinderen kregen de namen Sophia en Herman — precies de namen van zijn ouders: Herman Holt en Sophia Becker.

Nog betekenisvoller: bij de doop van dochter Sophia op 17 april 1706 treedt Amelia Holt op als peetmoeder. Daarmee staat vast dat Amalia en Adolf Friedrich broer en zus waren.

Vierde stap: waar kwam Herman Holt vandaan?

Wie was hun vader, Herman Holt, vóór zijn tijd in Oldenzaal? In oudere bronnen duikt hij op in het graafschap Bentheim. Vanaf 1669 werkte hij als bediende en later als rentmeester van de heerlijkheid Brandlecht4. Dat was een functie van groot vertrouwen: hij beheerde goederen, inkomsten en juridische zaken.

Rond 1674 is Adolf Friedrich von Reede zu Brandlecht de werkgever van Herman Holt. Adolf Friedrich Holt is waarschijnlijk naar hem vernoemd.

Vijfde aanwijzing: dopen in Brandlecht

Aanvullende bevestiging komt uit de kerkgeschiedenis van Brandlecht. Hoewel de oudste registers fragmentarisch zijn, documenteren zij meerdere dopen waarin Herman Holt en zijn gezin voorkomen. Hij wordt daarbij aangeduid als quaestor of Dni Hermann Holt. De peetouders zijn opvallend hooggeplaatst, leden van de adelijke familie von Reede,

  • in 1982 barones Amalia Elisabetha von Reede bij de geboorte van een dochter in 1982, waarschijnlijk Amalia Holt
  • in 1980 barones Isabella Dorothea von Reede en daarnaast in 1980 een burgerlijke vrouw uit Oldenzaal, Catharina Jantsen.

Deze laatste naam vormt een onverwachte maar betekenisvolle schakel. Lambert Becker, Amalia’s oom en voogd erft later van Catharina Jantsen5. Zo raken Brandlecht, Oldenzaal en de Becker-familie opnieuw met elkaar verbonden.

Het geheel gelegd

Alle stukjes samen geven een samenhangend beeld. Amalia Holt:

  • werd geboren in 1682,
  • was dochter van Herman Holt, rentmeester van Brandlecht,
  • en van Sophia Becker
  • verloor beide ouders al op jonge leeftijd,
  • groeide op onder voogdij van haar oom Lambert Becker in Oldenzaal,
  • en trouwde in 1705 met Herman-Johan Kloppenborg.

Amalia Holt en Herman-Johan Kloppenborg kregen samen zeven kinderen en werden grootouders van bijna dertig kleinkinderen. Hun huwelijk hield uitzonderlijk lang stand: zij waren vijftig jaar getrouwd, wat in die tijd verre van vanzelfsprekend was.Herman-Johan overleed als eerste. Amalia stierf anderhalf jaar later, in april 1758, op een leeftijd van ongeveer 75 jaar. Zij werd op 16 april 1758 begraven in Freren.

Aanvullende informatie

De tekst van de bovengenoemde erfeniszaak blijkt een Schuld- en pandverschrijving van 5 mei 1666 van graaf Ernst Wilhelm van Bentheim, ten bedrage van negenhonderd daalders, tegen vijf procent rente, onder verzekering van de jaarlijkse inkomsten van de Schulzenhof te Gölickeim, naar verhouding van de rente, ten behoeve van Johan Holt te Holthausen, ter afbetaling van zijn vordering voor aan het hof geleverde haver. Er is verder een aanwijzing uit 1709 van graaf Franz van Manderscheid, voogd van het graafschap Bentheim, voor de landsontvanger Herman von Gesseler tot uitbetaling van tachtig rijksdaalders Hollands aan de erfgenamen van Herman Holt, namelijk Adolf Friederich Holt, Herman Johan Kloppenborg als echtgenoot van Amelia Holt, en Johan Henrich Holt te Almelo. Herman Holt is de op 29 april 1640 in Holthausen geboren zoon van Johan Holt en Lucretia Weckeres.

Johan Henrich Holt is Doctor in de rechten.6. Hij cedeert zijn derde deel aan zijn broer en zus7.

Johan Holt te Holthausen is overigens ook de voorouder van Susanna Margaretha Maria Christina Holt, die op 24 oktober 1795 trouwde met Herman Johan Kloppenborgs kleinzoon, Friedrich Wilhelm Adolph Kloppenborg, met dispensatie voor bloedverwantschap.

Verder bevat de akte nog een betaling aan Herman Metting en Gerard Kloppenborg als erfenamen van Dr Metting en Adolph Kloppenborg, (getrouwd geweest met Judith Krul)

Wij, de ondergetekende erfgenamen: Sal Doctor Mettingk en Adolph Kloppenborg, verklaren hierbij dat op bevel van Zijne Hooggeboren Excellentie te Manderscheidt, als hoogste voogd van de Hooggraafse pupillen van Bentheim, de landsontvanger Gesseler ons aandeel heeft uitbetaald ter grootte van 223 rijksdaalders, 23 stuivers en 2 duit, uit de oorspronkelijke obligatie van 900 rijksdaalders staande op de Schultenhof te Golenkamp, met 150 rijksdaalders nog voldaan en afgewikkeld.

Hiermee kwiteren wij de betaling volledig en bedanken wij voor de correcte voldoening.

Tevens overhandigen wij de originele obligatie terug aan Zijne Hooggraafse Excellentie.

Ten bewijs hiervan is deze kwitantie door ons erfgenamen eigenhandig ondertekend.

Nienhuis, 8 maart 1710 Ondertekend:
Herman Mettingk
Gerhard Kloppenborgh
Wilhelm Krull
, als tutor/notaris

Een laatste intersante constatering is dat de betaling gedaan wordt door de landsontvanger Gesseler, weduwnaar van Anna Geertruid Kloppenborg, de zus van eerdergenoemde Adolph Kloppenborg.

  1. Zij trouwden op 9 november 1705 te Freren,  Duitsland. (Trouwakte tussen Hollandganger). 

    Hermanus Johannes Kloppenborg en Amelia Wilhelmina Holt. Getuigen Hendrig? Of Jelmdig? Kloppenborgh en Catherina Margaretha Vos.

  2. (Bur.C – 191) Forderung der Erben des Johann Holt(z), Adolph Friedrich Holt und Herrn Joann Kloppenborg als Ehemann der Amelie Holt zu Bentheim, auf 150 Rt.
  3. landesgericht Oldenzaal, 18-12-1685: den E. Joes Lambertus Becker, als respective ohm ende mombaer, van die onmundige kinderen van wijlen Hermen ten Holt, Sophia Becker gewesene eheluijden
  4. leenprotocollen van Overijssel, bijv: 1684 jul 30 Jan Albrecht Frederich vrijheer van Rhede, heer tot Brantlegt, Lengerik en Langen, onmondig, na de dood van zijn broer Henrik Emanuel van Reede. Hulder Herman Holt, rentmeester van Brantlegt.
  5. landesgericht Oldenzaal, 5-5-1688: Lambertus Becker, als bekende testamentaire erffgenaeme, van de glte. Wijlen Catharina Jantsen
  6. zie huwelijk in 1701 in Almelo en Colmschate
  7. Ik, ondergetekende, draag bij deze mijn derde deel van de genoemde tachtig rijksdaalders over aan mijn broer Adolf Friedench Holt en mijn zuster Amelia Holt, om het hun te mogen uitreiken.
Scroll naar boven