Alef Beckebrock genannt Kloppenborg (ca. 1490–1564)

Gograf en houtvester van het graafschap Lingen

Alef (Adolf, Aldich of Oldach) Beckebrock genannt Kloppenborg is de vroegst met zekerheid bekende stamvader van de familie Kloppenborg. Hij wordt vanaf 1528 in de bronnen vermeld als gograf van Freren en houtvester (Holzrichter) van het graafschap Lingen. Door de talrijke oorkonden, gerechtelijke stukken en latere getuigenverklaringen behoort hij tot de best gedocumenteerde personen uit de vroege geschiedenis van de familie.

Dienst aan de graven van Tecklenburg

Uit een eigen verklaring, afgelegd in 1562, blijkt dat Alef toen reeds meer dan tweeënveertig jaar in dienst was van de landsheren van Lingen. Hieruit kan worden afgeleid dat hij zijn werkzaamheden omstreeks de tweede helft van 1519 begon, kort nadat graaf Nicolaas IV van Tecklenburg het bestuur over Lingen had herwonnen.

Gedurende zijn loopbaan diende hij achtereenvolgens graaf Nicolaas IV, diens opvolgers uit het huis Tecklenburg, de heren van Buren en ten slotte de bestuurders die namens keizer Karel V het graafschap bestuurden. Zijn lange ambtsperiode omvat daarmee vrijwel de gehele eerste helft van de zestiende eeuw.

Als gograf was Alef belast met de uitoefening van de lagere rechtspraak binnen het gerecht van Freren. Daarnaast vervulde hij als houtvester een belangrijke taak bij het toezicht op de bossen van het graafschap en de handhaving van de daarop rustende rechten.

De privilegebrieven van 1529 en 1538

Van blijvende betekenis voor de geschiedenis van de familie zijn de privilegebrieven die Alef van graaf Nicolaas IV ontving.

In 1529 verleende de graaf hem en zijn wettige nakomelingen een erfelijke vrijstelling van verschillende lasten en diensten. Tevens werden rechten toegekend op het gebruik van het Settruper Woud. Deze voorrechten werden uitdrukkelijk verleend als beloning voor zijn langdurige en trouwe dienst.

Een tweede privilegebrief uit 1538 hield verband met de schade die Alef had geleden tijdens een gewapend conflict. Daarin werd hem een vrij huis met smederij nabij het kerkhof van Freren toegewezen als schadeloosstelling voor een gevangenschap van zeven weken en de daaruit voortvloeiende verliezen.

Deze beide oorkonden vormden ruim anderhalve eeuw later de juridische grondslag voor de procedures over de rechten van de familie op het Settruper Woud.

Militaire gebeurtenissen

Hoewel Alef in de eerste plaats een bestuurlijk ambtenaar was, komt hij ook voor in bronnen die betrekking hebben op militaire gebeurtenissen.

In 1536 nam hij deel aan een veldtocht van graaf Anton I van Oldenburg tegen de hertog van Gelre. Daarbij trok hij samen met een bastaardzoon van de graaf op naar het noorden, waar onder meer Appingedam werd ingenomen en Coevorden werd belegerd.

Tijdens de conflicten tussen de graven van Tecklenburg en hun tegenstanders werd Alef in 1538 door ruiters uit Fürstenau gevangengenomen. Eerst na betaling van losgeld kon hij terugkeren. Enkele jaren later, in 1541, werd zijn woning te Freren geplunderd door troepen onder bevel van Switert van Bockel.

Bezittingen en maatschappelijke positie

Alef wordt in de bronnen aangeduid als een vrij man en als dienaar van de landsheer. Zijn positie blijkt niet alleen uit de door hem beklede ambten, maar ook uit zijn bezittingen.

Hij bezat een huis met smederij in Freren dat hem in 1538 werd toegewezen. Daarnaast leende hij zeer veel geld uit aan lagere edelen in de omgeving.

Van Alef is tevens een persoonlijk zegel bekend waarop drie boompjes zijn afgebeeld. Dit motief keert in latere generaties van de familie opnieuw terug en vormt daarmee een belangrijk element in de vroegste heraldiek van het geslacht.

Afkomst

Over de herkomst van Alef Beckebrock genannt Kloppenborg bestaat geen volledige zekerheid. Zijn familienaam Beckebrock wijst mogelijk op een oorsprong bij het goed Beckebrock in de omgeving van Quakenbrück.

Gezin

Alef was gehuwd met Anna (ook Enne genoemd).

Tot zijn kinderen behoren in ieder geval:

  • Jan Kloppenborg (ca. 1535–1623), later houtvester van het graafschap Lingen;
  • Gerd Kloppenborg, stamvader van de protestante regenten;

En zeer waarschijnlijk:

  • Herman Kloppenborg, rechter in Jever;
  • Willem Kloppenborg, schrijver in Lingen.

De verwantschap van enkele overige personen die in de bronnen met de naam Kloppenborg voorkomen, blijft onderwerp van genealogisch onderzoek.

Overlijden

Alef overleed begin januari 1564. Zijn overlijden wordt bevestigd door de verklaring die zijn zoon Jan in 1578 voor het gerecht te Lingen aflegde over de ambtsperiode van zijn vader.

Betekenis voor de familiegeschiedenis

Met Alef Beckebrock genannt Kloppenborg begint de gedocumenteerde geschiedenis van de familie Kloppenborg. De door hem verworven ambten, bezittingen en privileges bepaalden gedurende meerdere generaties de maatschappelijke positie van zijn nakomelingen.

Zijn zoon Jan volgde hem op als houtvester en liet in 1576 de privilegebrieven officieel bevestigen. Ook in de zeventiende eeuw werden deze rechten nog erkend, onder meer in de Codex Lingensis en tijdens de procedures over het Settruper Woud. Daardoor neemt Alef een centrale plaats in binnen zowel de genealogie als de rechtsgeschiedenis van de familie Kloppenborg.

Meer over Alef Beckebrock genannt Kloppenborg

Verder naar zoon Jan (ca1535–1623)

Scroll naar boven