Herman Kloppenborg

In 1566 wordt in een proces Hermann Cloppenborch genoemd als erfgenaam van zijn vader houtvester Adolf Kloppenborgh. In het proces beschuldigt hij Johann Bordewyck, dat deze zonder toestemming van de overheid of goedkeuring van de houtvester aan de gemeenschappelijke marke een nieuwe ongebruikelijke tuininrichting had gemaakt, waarmee hij de weg en de gemeenschappelijke straten had versmald en benauwd. De beschuldigde geeft antwoord op de gedane klacht, dat niemand in de naberschap of bij de Holthußen enig kwaad heeft gedaan; hij heeft de tuin ook aan niemand opgedrongen of daarmee iemand beperkt bij het drijven van vee of bij het vaak rijden. Hij verzekert zich daarom dat hij tegenover de hoge overheid daarin geen fout heeft begaan, omdat de marklieden en alle boeren erbij aanwezig waren toen de tuinrichting plaatsvond, en zij daartegen niets hebben gezegd.

Een landrechter Herman Kloppenborg leent in 1568 geld aan Johan Budde, net zoals Alef Kloppenborg daarvoor in 1558, en Gert Kloppenborg in 1587. Vermoedelijk is Herman, zoon van adolf, dezelfde als landrechter Herman Kloppenborg in Jever, die vanaf 1567 genoemd wordt. Hij werkt voor “Fraulein Maria” van Jever (1500-1575), een nicht van graaf Johan V van Oldenburg. Na haar dood ging Jever over aan Johann VII von Oldenburg, een kleinzoon. Diens vader Anton was in 1536 nog opdrachtgever van Alef Kloppenborg en Johan von Tecklenburg. Verscheidene anderen genaamd Kloppenborg waren in dienst van de familie van Oldenburg en zijn mogelijk familie.

Fräulein Maria van Jever:

Maria van Jever, ook wel bekend als Maria van Oost-Friesland. Zij was de dochter van Edzard I van Oost-Friesland en Theda Ukena en werd geboren in 1500. Na de dood van haar broer in 1522, erfde Maria het graafschap Jever en werd ze de eerste vrouwelijke heerser van Jever.

Maria trouwde tweemaal, eerst met graaf Johann III van Oldenburg, en later met graaf Enno II van Oost-Friesland. Zij stond bekend om haar politieke bekwaamheid en wist het graafschap Jever succesvol te regeren. Maria stierf in 1575 en werd opgevolgd door haar kleinzoon, Anton Günther van Oldenburg-Jever.

Aanvankelijk katholiek, maar vanaf 1532 overtuigd luthers. Ze voerde het lutheranisme in als officiële religie in Jever en steunde lutherse kerkelijke initiatieven. Haar bestuur was pragmatisch. Ze zocht bijvoorbeeld steun bij keizer Karel V, een katholiek, om haar heerschappij te beveiligen, wat laat zien dat politieke overwegingen soms zwaarder wogen dan strikte religieuze loyaliteit.

Links

In 1567, Jever: Claus Frederichs klagt dem Fräulein Maria seine schwere Verwundung und dass der jeversche Landrichter Hermann Kloppenburg ihm keine Gerechtigkeit deswegen habe widerfahren lassen

http://www.arcinsys.niedersachsen.de/arcinsys/detailAction?detailid=v493453 

25-3-1568: Johan Budde zu Hange und seine Frau Alheit verkaufen dem Hermann Cloppenborch, Landrichter zu Jeworde, eine Getreide-Rente aus ihrer Besitzung im Kirchspiel Freren. (Haus Venne)

http://www.archive.nrw.de/ms/search?link=VERZEICHUNGSEINHEIT-Vz_c16b251f-6e98-4f59-90c2-b9b9c14bf454

12-6-1568, Jever, Die Witwe Barber Ledebur beurkundet, dass sie von Fräulein Maria durch deren Rentmeister Theodor Eiben von Seediek 300 Joachimstaler im Beisein des Landrichters Hermann Cloppenburg (Cloppenborch) und des Bürgermeisters Statius Reinking empfangen habe

http://www.arcinsys.niedersachsen.de/arcinsys/detailAction?detailid=v497459 

1569 Rechter Hermann te Jever up den Dose getuige 

https://digital.lb-oldenburg.de/lbolrz/periodical/pageview/1910364?query=cloppenborch

1576 vrouw Agnes, verkoop huis door Johan van Oldenburg 

Graf Johann von Oldenburg und Delmenhorst, “her zu Jever, Rustringen, Oestringen und Wangerlandt” verkauft ein in Jever gelegenes und von Fräulein Maria ererbtes Haus an Hermann Kloppenborch und seine Ehefrau Agnes als Erbkauf unter Einbeziehung der abzuleistenden Dienstbarkeiten und die landesübliche Heuer und mit allem dazugehörigen Land; das Haus war überschuldet, erbaut haben es Johann Ulfferts und seine Frau Lucke

1576 September 28, Jever (“Geben Jever im funffzehenhundert sechs und sibentzigsten jare, am achtund zwantzigsten tagh des monats Septembris”)

http://www.arcinsys.niedersachsen.de/arcinsys/detailAction?detailid=v498048 

In 1576 koopt Herman met zijn vrouw Agnes een huis van Graaf Johann von Oldenburg und Delmenhorst, die nu “Her zu Jever, Rustringen, Oestringen und Wangerlandt” is.

Herman heeft waarschijnlijk een zoon, Gert en mogelijk ook Johan en Georg. Zij zijn mogelijk voorouders van een Kloppenborg tak in Jever in Oost-Friesland.

Scroll naar boven