Brief uit Amerika

In de collectie van Jeremy Kloppenborg uit Australië bevindt zich een bijzondere familiebrief uit 1877. De brief is geschreven door Hendrik Kloppenborg, die naar St. Louis (Missouri, Verenigde Staten) was geëmigreerd, aan zijn broer en voorouder Nicolaas Kloppenborg in Nederland.

In de brief feliciteert Hendrik zijn broer met de geboorte van diens eerste kind, Theodoor Bernard Kloppenborg. Daarnaast geeft hij een levendig inkijkje in het leven van een Nederlandse emigrant in Amerika. Hij schrijft over de recente verkiezing van president Rutherford B. Hayes, maakt enkele humoristische opmerkingen over het jonge vaderschap en vertelt over zijn eigen werkzaamheden in St. Louis.

Hieronder volgen de Nederlandse transcriptie en een Engelse vertaling.

St. Louis, op mijn verjaardag (4 maart) 1877

Waarde Nicolaas,

De brief met de blijde boodschap dat Uwe Christine van eenen zoon is bevallen, is in mijn bezit en wensch U van harte geluk met den jongen. Hoop dat hij er gezond op aan mag groeien en de Moeder bij ontvangst van dit schrijven geheel weer hersteld mag zijn.

Het is U zeker niet gegaan als de heer Baxton in Lyttons Novelle De Familie Baxton, die, toen de baker hem de geboorte van zijnen eersten zoon met de uitroep: “Mijnheer, ’t is een jongen!” verwonderd van zijn boek opkeek en vroeg: “Wat is een jongen?” en zij hem eerst de geheele zaak moest uitleggen.

Jij hebt zeker eenigen tijd in bange verwachting geleefd: wat zal het wezen? Een jongen of een meisje? En het was een jongen, een stamhouder. (Onder ons echter, mij zijn de meisjes liever.) Hoe trotsch moet niet de jonge man wezen, die nu niet alleen gade maar ook Vader is, een man in des Wortes vollkommenster Bedeutung. En dan Moeder, nu grootmoeder geworden, was zeker tien jaar jonger toen ze met haar kleinzoon naar de Kerk ging om het ten doop te houden.

Vader Meyer is bepaald ook regt in zijn schik met den Theodoor Bernard. Waarlijk, Nicolaas, ik moet Uw genie bewonderen. Gij verstaat het zoo regt den ouden heer een veer in de broek te steken.

Ook ik ben blij dat er een Kloppenburgerje in de Wereld is gekomen. Ik was haast bevreesd dat de Veendammer stam met ons geheel zou uitsterven; daarom nogmaals gefeliciteerd met den jongen.

De presidentkwestie is geslicht en Hayes, Gouverneur van Ohio, zal voor de volgende vier jaren de hoogste post in de Verenigde Staten bekleden. Heden zou de inauguratie plaatsvinden, maar een Zondag in America is non dies, en dus moeten de feestelijkheden, met den eedsaflegging verbonden, tot morgen worden uitgesteld.

Met de politiek zal ik U maar niet vervelen; beter is dit voor Frits op te sparen. Ik hoor den kleine reeds schreeuwen en Vader zal zijn eersteling in slaap wiegen. Bij gebrek aan wiegeliedjes kon ik U des verkiezende eenige Engelsche oversturen, heel passend, als Sleep, My Baby Boy of Mary Had a Little Lamb. En hebt daarbij het voordeel dat een ieder U niet verstaat en men het waarschijnlijk voor eene aria uit eene Italiaansche opera zal houden.

Hein Sinnige heb uwen brief laten lezen en heeft Ed mij verzocht U voor hem te feliciteren, welke belofte ik hiermede vervul.

Van Sleumer en Alafs heb ik sedert zes maanden niets gehoord, ofschoon ze beiden hier in de stad zijn. S. is boekhouder in eene bierbrouwerij en A. clerk in het modisten-vak en gros.

Ik wou eigenlijk Fritz vandaag een en ander hoe men president wordt schrijven, doch een van onze knechten wil eene retail grocery oprichten en heb ik hem beloofd heden met hem naar den huisbaas (alwaar het contract wegens huur etc. wordt opgemaakt) te gaan om te zien ob er nicht beschummelt werde.

Groet Vader, Moeder, Rika, Frits, Grootmoeder, Ooms, Tantes, Neefjes, Nichtjes, Vrienden en Kennissen, en zijt Gij en Christine regt hartelijk gegroet.

Van uwen verjaardag-vierenden Broer,

Hendrik

Hendrik’s Letter – 4 March 1877

St. Louis, on my birthday (March 4), 1877

Dear Nicolaas,

Your letter with the happy news that your Christine has given birth to a son has reached me. I sincerely congratulate you on the boy, and I hope that he will grow up healthy and strong, and that by the time this letter reaches you, his mother will have made a full recovery.

I trust it did not happen to you as it did to Mr. Baxton in Lytton’s novel The Baxton Family, who, when the midwife announced the birth of his first son with the exclamation, “Sir, it’s a boy!”, looked up in astonishment from his book and asked, “What is a boy?”—whereupon she first had to explain the entire matter to him.

You must have spent some anxious moments wondering what it would be—a boy or a girl. And it turned out to be a boy, an heir to the family line. (Between ourselves, however, I prefer girls.) How proud the young man must be, who is now not only a husband but also a father—a man in the fullest sense of the word. And Mother, now that she has become a grandmother, was surely ten years younger when she went to church with her grandson to present him for baptism.

Father Meyer is undoubtedly also greatly pleased with the name Theodoor Bernard. Truly, Nicolaas, I must admire your ingenuity. You certainly know how to flatter the old gentleman and make him feel honored.

I, too, am delighted that another little Kloppenburg has come into the world. I had almost feared that the Veendam branch of the family would die out with us altogether. So once again, my congratulations on your son.

The presidential question has now been settled, and Hayes, Governor of Ohio, will occupy the highest office in the United States for the next four years. His inauguration was to take place today, but because Sunday in America is non dies (a day on which no official business is conducted), the festivities and the taking of the oath have been postponed until tomorrow.

I shall not bore you with politics; it is better to save that for Fritz. I can already hear the little fellow crying, and Father will no doubt be rocking his firstborn to sleep. If you happen to be short of lullabies, I could send you a few English ones—quite appropriate would be “Sleep, My Baby Boy” or “Mary Had a Little Lamb.” You would also have the advantage that hardly anyone would understand you, and people would probably take it for an aria from an Italian opera.

I showed your letter to Hein Sinnige, and Ed asked me to convey his congratulations to you, a promise which I hereby fulfill.

I have heard nothing from Sleumer or Alafs for the past six months, although both are here in the city. Sleumer is employed as a bookkeeper at a brewery, and Alafs is a clerk in the wholesale millinery trade.

I had actually intended to write Fritz today about how one becomes President, but one of our workmen wants to open a retail grocery store, and I have promised to accompany him today to the landlord, where the lease and rental agreement are to be drawn up, to make sure that he is not being cheated.

Please give my greetings to Father, Mother, Rika, Fritz, Grandmother, uncles, aunts, nephews, nieces, friends, and acquaintances; and to you and Christine I send my warmest greetings.

Your brother, celebrating his birthday,

Hendrik

Scroll naar boven