1536 Alef op missie voor Graaf Anton I van Oldenburg
Groningen, dat tot dan toe Gelderse stadhouders had gehad, liet de Friese stadhouder Georg Schenck van Toutenburg binnen zijn muren, waarmee deze stad ook in Habsburgse handen was.
Graaf Anton I van Oldenburg, de broer van graaf Christoffel van Oldenburg, had 2000 Oostenrijkse soldaten gehuurd, die hij, tegen betaling, aan Georg Schenck van Toutenburg ter beschikking wilde stellen. Alef Kloppenborg kreeg de opdracht de zaak te regelen. Zijn bericht is bewaard gebleven.
Schenck van Toutenburg behaalde de overwinning. Hierdoor kwamen alle Nederlanden onder één centraal gezag, dat van Karel V.
1538: Alef gevolmachtigde bij het Rijkskamergerecht
In 1537 was er een geschil tussen het klooster van Wietmarschen en Dietrich Morrien, drost van Cloppenburg tegen Graf Nicolaus von Tecklenburg over een stuk bos (het Bockerholz en aangrenzende hooilanden). De graaf negeert de uitnodiging tot onderhandelen, maar wordt in 1538 door keizer Karel V opgeroepen om voor het rijkskamergerecht te verschijnen. Het rijkskamergerecht in Frankfurt am Main was het hoogste gerechtshof in het Heilige Roomse Rijk,
Graf Nicolaus von Tecklenburg stuurde Alef als zijn gevolmachtigde naar dit rijkskamergerecht. Het is onbekend wat de afloop was.
Graaf Nicolaus bleef in conflict met zijn buren.
Een oud conflict over de houtkap in het Settruper Woud brak weer uit. In december 1539 had Drost Eberhard Möring van Fürstenau mensen aangesteld om hout te kappen. Toen strijders uit Lingen de houthakkers aanvielen bewapende verzamelde hij ongeveer 40 ruiters en wat infanterie, en liet hen oprukken Het kwam tot een gevecht, de strijders uit Lingen werden verslagen, eerst uit Freren, daarna ook van daaruit uit een tweede positie verdreven, en rechter Beckenbrock en de voogd van Lengerich werden gevangen genomen. Alef zat zeven weken vast en moest zichzelf vrijkopen voor 65 gulden; hij beweerde echter 300 te hebben betaald.

Als compensatie gaf graaf Nicolaas hem een huis ter waarde van 100 goudgulden in Freren, bij het kerkhof, met smederij, met vrijstellingen van betalingen voor hem en zijn nakomelingen. Alef is op dit moment getrouwd met Anna en heeft minstens twee zonen, Johan en Gert.
Bürgerhaus Kloppenborg, gebouwd rond 1900, mogelijk op dezelfde plaats, in Freren
Het document zoals geleverd in 1671 door Herman Kloppenborg en de broers Bernd en Jan Kloppenborg, gebaseerd op een copie die Johan Kloppenborg in 1576 in Zwolle heeft laten maken:

1546: graaf Maximiliaan Egmont van Buren verovert Lingen voor de keizer
In 1546 begon de Schmalkaldische oorlog. Keizer Karel verklaart graaf Conrad vogelvrij en laat Lingen veroveren door graaf Maximiliaan Egmont van Buren. Graaf Conrad vlucht naar Tecklenburg.
In 1547 is het Schmalkaldisch verbond verslagen. Graaf Maximiliaan krijgt het graafschap Lingen in leen als beloning. Lingen wordt weer katholiek. De gestolen katholieke bezittingen worden weer teruggegeven. Alef houdt zijn benoeming als landrechter van Freren en is nu ook gograaf van Thuine.
Op 9 oktober 1548 is er een grote brand in de stad Lingen, die voor een groot deel in de as wordt gelegd. Vele documenten gaan verloren.
Graaf van Buren stierf op 23 december 1548 en werd als stadhouder van Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel opgevolgd door graaf Jan van Arenberg.
1550: Anna van Buren erft Lingen
Ondanks protest van graaf Conrad van Tecklenburg wijst keizer Karel het leengoed Lingen in 1550 toe aan Anna, de dochter van de Graaf van Buren. Zij trouwt een jaar later met prins Willem van Oranje, de voorvader van koning Willem-Alexander van Nederland, maar moet om toestemming voor het huwelijk te krijgen het graafschap Lingen aan keizer Karel V verkopen voor 120.000 Carolusgulden. (Nu ongeveer 15 miljoen euro). Lingen wordt gevoegd bij Overijssel en Gelderland in Nederland.
Rond deze tijd wonen er in de parochie Freren ongeveer 450 personen in 120 huishoudens, 70 met verplichtingen aan de graaf, de anderen horig aan andere heren. Slechts 7 personen waren vrij! Er was al een school, met als schoolmeester waarschijnlijk de koster.
1551: Alef werkt voor Keizer Karel V
De keizer laat het graafschap besturen door graaf Jan van Arenberg, ondergeschikt aan zijn zus Maria van Oostenrijk, stadhouder van Nederland.
In 1550 is Alef gevolmachtigde van Johan van Tecklenburg, de bastaardzoon van de overleden graaf Nikolaus IV. Hij haalt voor hem geld op in Bremen. In 1551 wordt Alef nog genoemd als rechter van Freren.
In 1553 is er een vermelding dat Alef houtrechter van Lingen is sinds mei 1540.
1555: Alef werkt voor koning Filips II
In oktober 1555 droeg keizer Karel V de regering van Nederland, waartoe ook het graafschap Lingen behoorde, over aan zijn zoon Filips in Brussel. Vanaf 1555, was het bestuur van Lingen: Drost Willem van Baer, Rechter Feyge Engelbertz, Rentmeester Aleff van Limborg en Markenrechter of Forstmeister Aleff Kloppenborg.
Het jaar daarop nam Filips ook de kroon van Spanje over van zijn vader. De overdracht van het graafschap Lingen aan koning Filips lijkt echter niet soepel te zijn verlopen, want in 1558 viel het ‘Wallerthums krijgersvolk’ de parochie van Lengerich binnen, bleef daar twee nachten, sloeg het volk ‘kleurrijk en blauw’ en namen hun kleren en andere dingen af.
Toen koning Filips II van Nederland naar Spanje verhuisde, droeg hij het bestuur over aan zijn zuster Margaretha van Oostenrijk, hertogin van Parma. Hij benoemde de graaf van Arenberg tot plaatsvervangend gouverneur.
In 1555 wint Alef Kloppenborg een proces tegen deze graaf van Arenberg over een gepachte vijver: 15-5-1555, De Rekenkamer in den Hage bepaalt, dat Aloff Kloppenborg, wonende te Lingen, slechts de helft van de pachtsom behoeft te betalen van de visscherij, genaamd de Heiserdijck, welke hij bij acte d.d. 1552 Maart 4 voor een tijd van 3 jaren had gepacht van de rentmeester van Lingen, aangezien de graaf van Aremberg kort voor de verpachting alle visch uit het water had laten vallen.
In 1561 wordt de benoeming van Alef als houtvester herhaald door Margarita van Parma, dochter van Karel V en regent van de Nederlanden.
Financieel gaat het goed met Alef. Als houtvester ontvangt hij een derde van de geldboetes en 10% van de houtkap.
Hij geeft leningen aan de adellijke families Budde van Hange en Heinrich von Snetlage:
3-5-1558: Johann Budde tom Hange en zijn vrouw Alheyt verkopen aan Aleff Bekebrock, genaamd Cloppenborch, en diens vrouw Anna voor 100 taler een graanrente (een jaarlijks inkomen uit landbouw) uit hun bezittingen in de kerkelijke gemeenten Thune en Beeste.
30-8-1558, Hynrich van Snetlage en zijn vrouw Gerdruyt verkopen aan het echtpaar Alef Bekebroek, genaamd Cloppenborch, en zijn vrouw Enne uit Freren voor 140 thaler een jaarlijkse rente uit hun erfenis Luttke Roleves in de kerkelijke gemeente Freren, buurtschap Ostwye, en uit hun erfenis Holthove in Freren, buurtschap Andervenne, evenals uit hun huis Lonne.
In januari 1562 getuigt Alef in een proces over de weiderechten.
26-1-1562: Im Jahre 1562 veranlaßten die Ratsherren von Lingen den Gografen und Richter Feye Engelberts, den Rentmeister Aleff von Limborgh, Dirick Boming und Aleff Kloppenborg Weiderechte der Bürger bestätigen zu lassen (Schriever, a. a. O. Bd. 2 S. 10). Konrad von Tecklenburg (1541-1546) hatte Feye Engelberts widerrechtlich einen Teil der Einkünfte der Lingener Vikarie ad St. Georgium verliehen, die dieser später wieder herausgeben mußte (Schriever, a. a. O., Bd. 1 S. 219 und 222.)http://www.friduren.de/sites/default/files/gografen_und_richter_zu_freren.pdf
26-1-1562 Gerichts instrument über Weiderechte der Bürger von Lingen
Aleph Kloppenborgh een vrij man, oldt over de seventigh jaer … over de twee unde veertigh jaer vorgangen sij als er bij de graven Claese milder gedächtnis eerst opt huijs Lingen in dienste gekommen sij Aleph Kloppenborg een vry man, oldt over de [fol. 45v) seventigh jaer tuýget unde bekennet by sÿnen schepenbaeren eede, den hy deme key(serliche)r unde konn(inglicher) maÿ(estei)t gedaen, dat idt over de twee unde veertigh jaer vorgangen sy als er bỹ graven Claese milder gedacht(nis eerst opt huÿs Linge in dienste gekommen sỹ, soo hebbe er syner gn(aden) landtrichter over de dree unde twintigh jaer gewesen unde daernae graven Conradten unde dem heren van Buyren etc. auch noch konn(inglicher) May(esteij)t officeeren
Aleph Kloppenborg, een vrije man, oud meer dan zeventig jaar, getuigt en bekennt onder ede, die hij aan de keizerlijke en koninklijke majesteit heeft afgelegd, dat het meer dan tweeënveertig jaar geleden is dat hij voor het eerst in dienst trad bij graaf Claus van zalige gedachtenis op het huis Linge. Zo is hij drieëntwintig jaar lang landrichter van zijn genade geweest en daarna dienaar van graaf Conrad en de heren van Buren, en ook van de koninklijke majesteit.
Ludwig Remling, Im Bannkreis, p 120
15-6-1562 Aleph ziek thuis
Erfchenne Johannß Kloppenborick verwithschuvnde finen Vader , als denn Holtuester sineß Lyueß kranckheitt haluen mytt
Piper p. 172
1564: Alef is overleden
Alef blijft houtrechter tot zijn dood eind 1563. Zijn vrouw leeft in ieder geval tot 1558.
9-1-1564: Johan van Ligne, graaf van Arnburg etc., stadhouder-generaal van den Frieslanden, Overissel, Groningen, de Ommelanden en Lingen, stelt Johan Kersenbrouck provisioneel aan tot holtrichter te Lingen, welk ambt vaceert door het overlijden van Aloff Kloppenberg.
