1527: Verkoop landgoed Schlichthorst
De eerste bekende documenten waarin Alef Kloppenborg genoemd wordt, betreffen zijn aankoop van het landgoed Schlichthorst van zijn broer Gerd in 1527, die er volgens het document gewoond heeft. Alef verkocht het drie jaar later aan Eberhard Möring, de drost van Fürstenau.
Hoe Gerd eigenaar van het landgoed is geworden is onduidelijk. De familie Losecamp was tegelijkertijd eigenaar van een deel.
Eberhard Möring, de drost van Fürstenau, bouwde samen met zijn opvolger Dietrich v. Lüninck het huidige landgoed Schlichthorst, door de aankoop en samenvoeging van meerdere boerderijen. Bij Gut Schlichthorst hoorden uitgestrekte jachtrechten en marktrechten in de Schwagstorfer, Asbrocker en Medumer Mark, en zelfs van 1559 tot 1594 het gerechtshof van Schwagstorf en het vrijgerecht van Engelern.
Hoe kwam Gert Kloppenborg in bezit van het landgoed?
In 1495 was en deel van het goed in handen van de familie tor Schlichthorst; Gerd, zijn vrouw Ryck en hun enig kind Bernd. Het goed was allodiaal bezit. Dit betekent dat het land volledig eigendom was van de eigenaar, zonder enige verplichting om diensten te verrichten aan een leenheer. Dit in tegenstelling tot leenroerig bezit, waarbij land werd gehouden in ruil voor militaire dienst of andere verplichtingen aan een leenheer.
In het geval van allodiaal bezit had de eigenaar de volledige controle over het land en kon hij het vrijelijk overdragen, verkopen of erven zonder enige tussenkomst van een leenheer.
Op 14 maart 1495 sloot de familie een lening af. Zij leenden van Hinrik Molenbeke en echtgenote Gesche 32 Mark Osnabr. Pfennige met een jaarlijkse rente van 2 Mark Osn. Pfennige. Iedere Osnabruck Mark bevatte ongeveer 233 gram zilver. Het onderpand voor de lening is Schlichthorst.
De familie groeit snel, maar Gerd sterft rond 1504. Zijn weduwe Rycke, nu moeder van Bernt, Albert, Hille en Lucke, heeft inmiddels 170 Mark schulden. Zij verkoopt op 18 december 1504 het erfgoed Schlichthorst aan Johann Losecamp en echtgenote Fenne voor 170 Mark, die Ricke verschuldigd is, en 31 Mark voor de kinderen, evenals voor enkele specifiek aangeduide prestaties voor Rick’s levensonderhoud.
Johan Losecamp leent ook geld. Johan Losecamp, samen met zijn vrouw Fenne en hun kinderen Gert, Anna en Agate,verkopen in 1505 aan Everd v. Doepenbrock een jaarlijkse rente van tweeënhalf Rijnlandse gulden uit hun erfgoed Schlichthorst voor een bedrag van 50 Rijnlandse gouden florijnen. Voor dit bedrag kon je 25 varkens kopen.
In 1513 worden ook een Gebbeke tor Schlichthorst genoemd, die geld uitleent. Een getuige is Hinrick tor Schlichthorst.
In 1516 leent Gert (Ludekes) tor Schlichthorst samen met echtgenote Swaneke en kinderen Gert, Aseke, Tale en Katharine geld met als onderpand een boerderijtje op het landgoed. In 1518 opnieuw, nu met de opmerking dat Gert de zoon is van “Meester” Ludeke tor Schlichthorst.
Tebbe tor Schlichthorst en zijn vrouw Fenne sluiten in 1519 een overeenkomst met Godeke tor Schlichthorst en zijn vrouw Gebbeke, waarbij Godeke en Gebbeke levenslang vrij mogen wonen in een huis achter de Schlichthorst, dat ooit gebouwd is door Hille, de moeder van Gebbeke, en haar broer Tebbe. Hun erfgenamen mogen echter alleen wonen als ze Tebbe zes Mark betalen.
Op 9-9-1527 verkoopt Gerdt Bekebroeck genannt Cloppenborck Gut Schlichthorst aan zijn broer Aldick Bekebroeck genannt Cloppenborch
Vor den Knappen Bernd Gruter als gekornen Richter bezeugt Gerdt Bekebroeck genannt Cloppenborck, dass er seinem Bruder Aldick Bekebroeck genannt Cloppenborch das freie Gut Schlichthorst verkauft habe
Zeugen: Robert Walraven genannt Kendenych, Drost zu Lingen, Gebrüder Friedrich und Wülfhart v. d. Strickt (?), Herbort v. Dincklage, Johann tor Hake, Vogt zu Lingen, Johann Edinck, Rentmeister zu Lingen, Johann v. Dortmund, Claes v. Lutteren, Richter zu Nordhorn, Johann v. Hattyngen
Original auf Pergament Siegel des Grüter und des Walraven Laufzeit 09.09.1527
http://www.arcinsys.niedersachsen.de/arcinsys/detailAction?detailid=v7924235
In 1529 verkoopt Gerd (Johans) tor Schlichthorst aan Everhard Moring: 6-Dec-1529: Voor Gerd Losekamp, beëdigd rechter van Tecklenburg in Schwagstorf, verklaart Gerd [Losecamp] tor Slichthorst, wettige zoon van Johann [Losecamp] en Fenne tor Slichthorst, dat hij, ongehuwd en kinderloos, zijn aandeel in de nalatenschap van Slichthorst heeft verkocht en afstand heeft gedaan van al zijn rechten aan Everhard Moring (mevrouw Anna), nadat de koper de bruidsschat van zijn zus Agathe heeft verbeterd. (In 1535 trouwde ze met Bernd Storttentun.)
Bij deze verkopen vallen een aantal dingen op. Ten eerste heeft Alef een broer, die in bezit van het landgoed Schlichthorst was. De getuigen zijn onder andere de drost en de rentmeester van Lingen. De andere getuigen zijn een rechter en iemand van adel. Alef verkeert dus al tussen de hoogste dienaren. Ook opmerkelijk dat terwijl Schlichthorst in het gebied van de bisschop van Osnabrück ligt, er zaken gedaan worden met de hoogste dienaren van een vroegere vijand.
Alef heeft een broer Gert, die hem in 1527 het landgoed Schlichthorst verkoopt, waar Gert mogelijk woonde, maar niet vandaan kwam.
Hoe kan Gert Kloppenborg het gehele landgoed in 1527 verkopen, terwijl Gert Losecamp dat in 1529 nogmaals doet met zijn aandeel? Bovendien is Tebbe tor Schlichthorst ook in bezit van een huis op het landgoed.
Vermoedelijk is Schlichthort in bezit gekomen doordat de oorspronkelijke bewoners (de familie von Schlichthorst) hun lening van 30 goudgulden, met als onderpand het landgoed, niet konden terugbetalen.
Het landgoed ligt in Merzen, in de voormalige landkreis Bersenbrück, op 50 kilometer van Lingen. Rond 1530 verkoopt Alef het landgoed aan drost Moring van Fürstenau. Hij bouwt er een groot landhuis.
